6

Van ’s-Gravenhage naar de Pruissische grenzen                                     62 km

De weg volgde tot Utrecht de straatwegen 4 en 5 en sloot in Arnhem aan op straatweg nr. 2 van Amsterdam naar de Pruisische grens bij Spa.

Net als straatweg 5 kwam hij als west-oost verbinding niet voor in het Decreet van Napoleon uit 1811. In het Soeverein Besluit uit 1814 komt hij wel voor en loopt hij van Arnhem door naar de grens bij Zevenaar, wat veel logischer lijkt dan de opzet uit 1821. Ook in het besluit van 1816 komt hij zo voor; daar wel als een combinatie van 2 wegen. In 1821 moest alleen het laatste deel van de weg tussen Wageningen en Arnhem nog bestraat worden.

De weg is al eeuwenoud. Ze vormde het westelijkste deel van één van de Via Regia, de wegen onder koninklijk toezicht, in de Middeleeuwen. Ze maakte deel uit van de weg van Utrecht naar Keulen. De weg functioneerde niet alleen voor het koninklijk vervoer, maar was ook een belangrijke handelsweg.

Het eerste deel van de weg tussen Utrecht en De Bilt is al rond 1300 bestraat. Na de aanleg van de weg tot aan de afslag van de weg naar Amersfoort in 1809 werd in 1816-1819 het Fort de Bilt gebouwd voor het afsluiten van het acces van de weg. De ontwikkeling van de weg langs de Heuvelrug is mede bepaald door de hoven en domeinen langs de weg.[1] De belangrijkste waren die van Zeist, Doorn, Leersum en Amerongen. Toen de rijksstraatweg in 1815 werd aangelegd waren er al buitenplaatsen, vooral gestimuleerd door de aanleg van slot Zeist in het laatste kwart van de 17de eeuw. De eigenaar van Sparrendaal in Driebergen liet in Rijsenburg in 1810-1811 een katholieke kerk bouwen met daarvoor arbeiderswoningen aan een plein in eenzelfde schikking als de zuilengalerij voor de Sint Pieter in Rome. Toch kwam de ontwikkeling van de buitenplaatsen pas echt op stoom na de aanleg van de spoorweg van Utrecht naar Arnhem in 1843. De spoorweg verminderde het doorgaande karakter van de weg.

Utrecht-Arnhem                                                                                                     62 km

Aanleg weg:           Utrecht-De Bilt: 1290

De Bilt-Rhenen: 1815

                                    Rhenen-Wageningen: 1820

                                    Wageningen-Arnhem: 1826

Accijnshuis bij de voormalige Wittevrouwenpoort Utrecht

Net als straatweg 5 startte de weg bij de Wittevrouwenpoort in Utrecht, die in 1858 is gesloopt. Zie voor het eerste deel tot aan de driesprong met de weg naar Amersfoort de weg van  Utrecht naar Amersfoort.

Raadhuis Zeist

Bij de driesprong bij De Bilt begon de weg pas echt. Tot aan Doorn wordt de weg gekenmerkt door buitenplaatsen en villa’s. De meeste daarvan zijn van rond 1900. Zeist heeft een aardig dorpsplein met raadhuis en postkantoor. De 18de -eeuwse buitenplaats Beek en Rooijen aan het eind van de Dorpsstraat is zo gewoon dat je hem bijna achteloos voorbij gaat.

Rijsenburg

Rijsenburg is een leuk opgeknapt plein met kerk, oude arbeiderswoningen en herberg, maar ja, waarom konden die auto’s niet weg? Op straat zijn stenen neergelegd die herinneren aan de geschiedenis van het plein.

Tolhuis Driebergsestraatweg Doorn

Het dorp Driebergen is niet zo veel bijzonders. Ten westen van Doorn kom je nog een oud tolhuis tegen. Doorn heeft een heel oude en interessante kerk, die men toch weet te verpesten door er iets nieuws tegenaan te bouwen dat bij een vergadercomplex hoort.

Na Doorn verandert de weg wat van karakter. Tussen Doorn en Leersum ligt vrijwel alleen maar bos, verdwijnen de villa’s en wordt de weg licht glooiend. Leersum heeft een oude kerk met een interessante herberg er bijna tegenaan gebouwd, nu slijterij.

Voormalige herberg Leersum

Hoewel er na Leersum minder bos ligt langs de weg, komen de villa’s niet meer terug. De dorpen hebben hier meer hun agrarische karakter behouden. Vlak voor Amerongen is er nog een herinnering aan een oude tol.

Amerongen

Amerongen is het mooiste dorp op deze route. Niet alleen vanwege zijn bijzondere kasteel, maar ook vanwege de aardige dorpsstraten en stil kerkplein.

Amerongen

Ook is er nog een oude herberg. Het is het enige dorp, waar de moderne weg omheen is geleid. Er liggen langs de weg nog verschillende tabaksschuren; als je na Amerongen even linksaf slaat, kan je het informatiecentrum van de tabaksteelt bezoeken. Na Amerongen zijn er vanaf de weg mooie views op de Rijn. Elst is dan niet zo bijzonder, maar naar Rhenen toe komt de stuwwal steeds dichter tegen het rivierbed aan te liggen en zijn er on-Nederlandse heuvelige plaatjes te zien. Rhenen voelt aan als een Klein-Zwitsers bergstadje. Probeer maar eens de Rijnstraat op te fietsen vanaf de Rijnkade. Behalve de kerktoren en de gevel van het oude stadhuis op de markt is er – mede door de schade aangericht in de meidagen van 1940 – niet zoveel bijzonders te zien.

Grebbeberg

Na Rhenen zet het glooiende landschap door en ga je continu heuvel op en af. Eerst de Grebbeberg op en na het oorlogsmonument boven met 7% naar beneden. Aan de oostkant van Rhenen voert de weg door het Hoornwerk bij de Grebbesluis, een tussen 1743 en 1745 aangelegde waterlinie, die verbeterd is in 1785. Het werk was bedoeld ter verdediging van de Grebbesluis en de oude weg over de Grebbedijk. De straatweg werd er later in opgenomen. Erg overzichtelijk is het nog niet, maar toen ik er was, was de provincie nog bezig om het te ontgraven en het in oude staat te brengen.

Wageningen

Daarna is bij de aanleg van de straatweg de weg over de Grebbedijk verlegd naar een kaarsrecht aangelegde weg door de Nude (of Neude= moerassige laagte). Via de voormalige Nudepoort, waar het rondeel nog deels zichtbaar is, bereik je Wageningen. De Nudepoort is in 1828 gesloopt en toen is de weg ook iets verlegd, waardoor de toegang tot de stad is verbeterd. Op zaterdag is het marktdag en is het erg levendig. Op de markt zijn de kerk en het stadhuis uit 1698 te zien. Aan de oostkant van de stad stond die in 1862 gesloopte Bergpoort ter hoogte van het watertje dat de Hoogstraat net voor de Bergstraat kruist. Verderop staat het overbekende hotel de Wereld aan het 5 Meiplein. Op de Generaal Foulkesweg staan fraaie villa’s uit de laat 19de en begin 20ste eeuw.

Aan het eind van de weg ga je omhoog naar de Wageningse Berg, waar het stadion ligt van de voormalige profvoetbalclub. Dan omlaag naar Renkum, dat een niet zo interessant dorp is. Weer omhoog staan de villa’s in een lange rij langs de weg. Toch staan er niet zoveel echt bijzondere panden tussen. Het enige grote landgoed is Mariëndaal aan de oostkant van Renkum, maar daarvan lag de kern niet aan de weg, maar noordelijker. Renkum en Heelsum hadden sinds 1736 papiermolens en later (en nog steeds) papierindustrie. Langs de weg is daarvan niet veel te zien.

Heelsum stelt als dorp al helemaal niets meer voor. In Heelsum lag vroeger een opvallende knik in de weg (ter plaatse van het viaduct onder de A 50), maar die is nu erg afgeschuind. Na de A 50 weer omhoog en dan volgt een deel door het bos tot aan de westkant van Oosterbeek. Hier liggen wat landgoederen (Sonnenberg, Hartenstein, nu museum). Op de hoek van de Sonnenberglaan en de Van Borsselenweg stond aan de zuidzijde ten tijde van de bestrating van de weg de Koude Herberg. Omdat de nieuwe eigenaar aan die kant zijn woning wilde bouwen werd de herberg in 1853 verhuisd naar de noordzijde. De Oude Herberg is hiervan de voortzetting.[2]

Portierswoning Sonnenberg

Er zijn verder weinig herinneringen langs de weg te vinden aan de oude straatweg. Villa’s werden in Oosterbeek pas gebouwd vanaf de tweede helft van de 19de eeuw. Overigens ligt de kern van Oosterbeek zuidelijker. Dan gaat de weg opnieuw omlaag en omhoog tot waar je een aardig uitzicht hebt van de Arnhemse Utrechtseweg over de Rijn.

Arnhem

Via het huidige Stationsplein kwam de straatweg uit bij de Janspoort, die in 1825 werd gesloopt, mogelijk in verband met de aanleg van deze weg (en de weg naar Amersfoort). Nu is de aankomst niks; een druk verkeersplein met een functieloze groenstrook in het midden.


[1] Zie de website van het Regionaal Historisch Centrum Zuidoost Utrecht.

[2] bron: www.heemkunderenkum.nl.