4

Van Amsterdam naar Hellevoetsluis                                                         97 km

In het begin van de 19de eeuw was de monding van de Maas bij Rotterdam zo verzand dat de grotere schepen Hellevoetsluis als haven moesten gebruiken. Daar kwam dus de boot uit Londen aan. Al sinds de 17de eeuw was Hellevoetsluis een marinehaven. Het is dus om deze redenen dat de vierde straatweg vanuit Amsterdam hierheen voerde. In feite was het de weg van Amsterdam naar Londen.

In het Decreet van Napoleon uit 1811 komt de weg als zodanig niet voor. Maar grote delen van de weg wel. Napoleon ging uit van een weg vanuit Antwerpen via Bergen op Zoom en Willemstad naar Rotterdam en Den Haag met eindpunt in Haarlem. Het deel tussen Amsterdam en Haarlem behoorde tot de weg tussen Amsterdam en Texel. Alleen het deel van Delft naar Hellevoetsluis komt niet bij Napoleon voor. In de besluiten van Willem I uit 1814 en 1816 zijn alle delen van de weg opgenomen, zij het nog wel als een voortzetting van de indeling van Napoleon. In 1821 was de weg nog niet geheel bestraat. Het stuk tussen Delft en Brielle ontbrak nog. Het oudste deel, Den Haag-Delft, is al uit de 17de eeuw.

De weg tussen Amsterdam en Haarlem is in 1632 aangelegd langs de toen aangelegde trekvaart; de bestrating kwam in 1767 gereed. Behalve Halfweg doet hij geen enkel dorp aan. Het deel tussen Haarlem en Leiden volgde de oude grafelijke heerweg van noord naar zuid door Holland; de belangrijkste verbindingsweg in de provincie. Al in 1768 werd er een voorstel bij de Staten van Holland ingediend om de weg van Haarlem naar Den Haag te bestraten. Het voorstel ging niet door, omdat een aantal bewoners van landgoederen langs de weg bevreesd waren voor het lawaai van de houten wielen van passerende koetsen en karren, not in my backyard in de 18de eeuw.[1] Zo kwam de weg pas tot stand in 1806-1807 op initiatief van Adriaan Pieter Twent van Raaphorst.

In tegenstelling tot de weg tussen Haarlem en Leiden volgt de weg tussen Leiden en Den Haag voor het grootste deel niet de oude noord-zuid verbinding over de strandwallen van Holland. Die lag namelijk vanaf het dorp Wassenaar iets meer naar de kust toe dan de straatweg. Dit oude traject is niet meer te volgen, behalve het laatste stuk over de Wassenaarseweg in Den Haag. Wel lag er op een deel van het traject van de rijksstraatweg een weg, die op de kaart van Rijnland van Floris Balthasarsz als ‘lijtweg’ wordt aangegeven. Langs deze weg lagen de oude kastelen Raaphorst en Zuidwijk. De weg werd in 1806-1807 bestraat op initiatief van Adriaan Pieter Twent van Raaphorst, bewoner van Huize de Paauw, eigenaar van Raaphorst en Ter Horst en Minister van Binnenlandse Zaken en van Waterstaat onder Lodewijk Napoleon. Hij kanaliseerde ook de Oude Rijn en liet de sluizen bij Katwijk aanleggen. De verstrating van de weg zorgde voor meer buitenplaatsen en villa’s langs de weg, vooral in het laatste kwart van de 19de eeuw. De rijksstraatweg takte in Oegstgeest af van de Rhijngeesterstraatweg en liep via de Endegeesterstraatweg over de Lage Morschweg naar de Haagsche Schouwweg. Volgens het register van Graaf Floris V was er in 1282 al een veer over de Oude Rijn bij Haagsche Schouw. De herberg is in 1629[2] of mogelijk later[3] in het sinds de 16de eeuw bestaande veerhuis gevestigd. De brug is gebouwd in 1802.

Al in 1663 is de weg van Den Haag naar Rijswijk bestraat. De rest naar Delft was een gemeenschappelijke onderneming van de beide steden en de Staten van Holland. Die werd aangelegd langs de Vliet, die sinds 1636 als trekvaart in gebruik was. De weg van Delft naar Hellevoetsluis is een vervolg op de oude doorgaande weg over de eilanden. Het eerste deel tot Maassluis volgt de weg langs de in 1643-1646 aangelegde trekvaart. Daarvoor waren de Buitenwatersloot, de Gaag, de Vlaardingervaart en de Noordvliet geschikt gemaakt[4].

Amsterdam-Haarlem                                                                                 15,5 km

Aanleg weg:                 Amsterdam-Haarlem: 1767, door beide steden

Haarlemmerpoort Amsterdam

Rijksstraatweg 4 bracht je van Amsterdam naar Hellevoetsluis, om daar de boot naar Engeland te kunnen nemen. Het eerste deel tot Haarlem is een saai stuk straatweg. Het beste van deze weg staat aan het begin en het eind. Als enige rijksstraatweg markeert een oude stadspoort zowel het begin als het eind: de Haarlemmerpoort in Amsterdam en de Amsterdamse poort in Haarlem.

Gemeenlandshuis van Rijnland in Halfweg

Onderweg is er verder weinig te beleven. Aardig is Halfweg met de sluizen, de gevel van het gemeenlandshuis voor de suikerfabriek en het gemeentehuis. Voor het inrijden van Haarlem ligt een kleine joodse begraafplaats. Daarnaast staat een huis met het opschrift ‘Rijksstraatweg 274’, hoewel de straatnaam tegenwoordig Amsterdamse Vaart is.

Huis met opschrift

Verder geen bijzondere dingen langs de weg. Overigens hebben er nooit veel boerderijen gestaan en is er langs de weg nooit echt sprake geweest van lintbebouwing, zoals langs vele rijksstraatwegen. Dit is waarschijnlijk veroorzaakt doordat de in 1632 aangelegde weg naast de trekvaart al een nieuw tracé volgde. De oude weg tussen Amsterdam en Haarlem liep via de dorpen Sloten en Nieuwerkerk, maar die verdwenen in 1510 in het water, toen de doorbraak tussen het Haarlemmermeer en het Spieringmeer tot stand kwam[5].

Amsterdamse Poort Haarlem

Ook na het bestraten van de weg is er niet veel bijzondere bebouwing gekomen. Wel uitbreidingswijken in Amsterdam. Verder eigenlijk alleen wat industrie (Westergasfabriek in Amsterdam, NS-werkplaats in Haarlem). Voor de rest is de weg alleen interessant omdat ze onderdeel is van een bundel verbindingen naast elkaar: de trekvaart, de straatweg en de spoorweg. Tussen 1904 en 1957 is de weg tussen Sloterdijk en Haarlem ook gebruikt door de elektrische tram; tussen Amsterdam en Sloterdijk eerst door de stoomtram, toen de paardentram en vervolgens de elektrische tram (1882-1951). De straatweg wordt nog steeds als doorgaande weg gebruikt.

Haarlem-Leiden                                                                                         27,5 km

Aanleg weg:                 Haarlem-Oegstgeest: 1807, via een particuliere geldlening

Oegstgeest-Leiden: vóór 1603 al bepuind, Steenstraat in 1603 bestraat; rest in 1816 bestraat door een particuliere onderneming in opdracht van Leiden

Haarlem

De weg begon bij de Grote Houtpoort in Haarlem, die in 1825 is afgebroken. Meteen na het Houtplein ga je rechts houdend de Wagenweg op, die eerst smal is met laat 19de -eeuwse panden aan weerskanten, maar spoedig breder wordt. Dan komen er al snel herenhuizen, villa’s en buitenplaatsen. Dit zal het beeld zijn tot voorbij Bennebroek.

Herenweg Heemstede

Links van de Wagenweg ligt de Haarlemmerhout. Op de hoek met de Spanjaardslaan staat het landgoed Eindenhout uit 1795, dat mooi van lelijkheid is. Even verderop Vreedenhoff, waar twee zuiltjes een uit stekende serre steunen.

In Heemstede volgen langs de Herenweg de buitenplaatsen Berkenrode, Ipenrode, Huis te Manpad en Hartekamp, waarvan het Huis te Manpad er het mooiste bij ligt. Dit alles in een bosachtige omgeving.

Huis te Manpad
Sint-Aagtenkerk Lisse
Hillegom

Hillegom heeft net als Lisse een driehoekig plein met pomp op een punt waar de voor- en achterwegen van het dorp weer bijeen komen.

Deze twee dorpen en ook Sassenheim geven de indruk van zanddorpen en ze hebben de sfeer van de Veluwe. De Maartenskerk in Hillegom is voor een groot deel herbouwd in 1929. De Aagtenkerk in Lisse is veel ouder en interessanter. Let op de zonnewijzer. Even verder staat links de katholieke Sint Agathakerk uit 1902/1903 met mooi interieur. Buiten het dorp staat links Huis Dever, een donjon uit 1375.

Dever

De Sint Pancratiuskerk in Sassenheim is nog ouder, met een groot stuk in het schip uit het midden van de 11de eeuw, overigens alles herbouwd na Leidens Ontzet in 1574. Iets verder ligt rechts van de weg op de plek van een oude tol de horecagelegenheid De Oude Tol, die er overigens niet uitziet.

Aan de zuidkant van Sassenheim begint dan de nieuwe lelijkheid om zich heen te slaan: bedrijfsterreinen, autobedrijven en weidewinkels kondigen de snelweg aan. Je volgt dan kort de parallelweg langs de snelweg en komt Oegstgeest binnen bij het Groene kerkje – een van de oudste kerken van Holland. Het ligt op een hoger gelegen duin en het is een erg charmante plek.

Groene kerkje Oegstgeest
Leiden

Net over de brug van het kanaal staan er dan een aantal mooie oude huizen in de Dorpsstraat. Behalve het woonhuis Klein Curium en de forse pastorie uit 1772 is er verder in Oegstgeest niet zo veel an, behalve als je even de moeite neemt om het stukje weg op te gaan waardoor je vroeger buitenom Leiden naar Den Haag kon gaan. Daar vind je buitenplaats Rhijngeest en het kasteel Endegeest. Ze werden beide lang als psychiatrische inrichtingen gebruikt. In Rhijngeest zetelt nu de gemeente. Endegeest is opgekocht door een vastgoedfirma.

Over de Rijnsburgerweg – een klassieke invalsweg – bereik je Leiden. Bij het station is de oude weg even verdwenen, maar hij eindigt dan waar tot 1867 de Rijnsburgerpoort stond.

Leiden-Den Haag                                                                                                  16 km

Aanleg weg:           Haagsche Schouw-Den Haag: 1807, via een particuliere geldlening

                                    Leiden-Haagsche Schouw: 1807

Leiden

De weg begon in Leiden bij de in 1862 gesloopte Wittepoort. De Haagweg is een uitvalsweg met 19de eeuwse panden, maar ook met de nodige gaten. Wel staat er nog een houtzaagmolen uit 1804. Op de hoek met de weg uit Voorschoten ligt een kasteeltje (Ter Wadding); op dit punt werd tol geheven en aan de overkant lag vroeger herberg De Vink, waarnaar het station is genoemd. Na de omleiding vanwege het passeren van de spoorlijn kom je op de rustige Rijndijk, waar nog veel aardige 19de eeuwse panden staan.

Haagsche Schouw

Aan het eind hiervan kom je bij de herberg Haagsche Schouw uit op de straatweg die buitenom Leiden ging. Ook al is het nu Van der Valk, het is een plek met een lange geschiedenis en een erg mooi terras aan het water. Na onder de A44 te zijn doorgegaan volg je de parallelweg langs de snelweg. Helaas is er hier geen fietspad. Het is lawaaiïg, maar ook mooi.

In Wassenaar liggen na de kruising met de weg naar Voorschoten de landgoederen, buitenplaatsen en villa’s links en rechts in het bos langs de weg. De meeste zijn niet ouder dan het einde van de 19de of het begin van de 20ste eeuw, maar Zuidwijk, Raaphorst, De Paauw en Backershagen hebben een heel lange geschiedenis. Jammer is het dat je vanaf het fietspad weinig zicht krijgt op wat er aan de overkant van de weg staat.

Leidsestraatweg Haagse Bos

Als je het viaduct van de landscheiding bent gepasseerd liggen rechts de weilanden van Duindigt. Dan mag je van het lawaai af links het Haagse Bos in. Je passeert de achteringang van Huis ten Bosch. Op niet veel plekken zal de weg nog zo lijken op de oude rijksstraatweg als op de Leidsestraatweg in het Haagse Bos. Dan aan het eind nog even een ommetje om de A12 te passeren en via de statige bomenlaan tussen de Koekamp en het Malieveld kom je bij de Boschbrug in Den Haag.

Bosbrug Den Haag

Voor de brug stond rechts tot aan de oorlog Het Wachtje, een classicistisch wachthuisje dat op talloze prenten en foto’s is uitgebeeld. De Boschbrug is aan het begin van de 19de eeuw ter vervanging van een veel kleinere en smallere voorganger gebouwd.

Den Haag-Delft                                                                                                      7 km

Aanleg weg:                 1663 en 1694-1696, door beide steden en de Staten van Holland

Wagenbrug Den Haag

De weg begint in Den Haag bij de Wagenbrug. Bij gebrek aan poorten markeert deze brug de toegang tot de binnenstad. Er was hier eerst een ophaalbrug over de in 1612 gegraven singelgracht. Rond 1900 werd die vervangen door een hoge brug, waar schepen die bekend stonden als de Hagenaar onder door konden. De helling van de brug was steil, paarden gleden vaak weg; vandaar de Haagse verzuchting: God helpe ons over de Wagenbrug.

Hoewel één van de oudste van Nederland is dit niet een al te opvallende straatweg. Behalve het Wachtje aan het Rijswijkseplein en het landgoed Hofrust, dat van 1922 tot 1967 als het raadhuis van Rijswijk functioneerde, is er in Den Haag en Rijswijk niet veel bijzonders te zien. Veel nieuwbouw rond het station Hollands Spoor en dan de vroeg 20ste eeuwse bebouwing langs de Rijswijkseweg en de Haagweg.

Tolhuis Delftweg

Fietsen op de Delftweg langs de Vliet is aardiger. Opvallend is het tolhuis uit 1866, dat is gebouwd door de stad Delft ter vervanging van een ouder. De twee steden die de weg hebben aangelegd, hieven hier sinds de 17de eeuw tol. Het wapen van Delft hangt nog boven de deur. De tol is pas opgeheven in 1931. Ook staat er langs de Delftweg tussen de industrie en de woningen verscholen nog een enkele boerderij. Opvallend blijft de aanwezigheid van de tram over vrijwel het gehele traject tussen Den Haag en Delft. Dit is het enige stuk rijksstraatweg in Nederland waar dat nog het geval is.

Delft

Delft kom je binnen waar vroeger de Haagpoort stond.

Deze is al tussen 1834 en 1836 gesloopt. Ter plaatse is de oude toegang tot de binnenstad nauwelijks meer herkenbaar; je moet hem echt zoeken.

Delft-Hellevoetsluis                                                                                               34 km

Aanleg weg:                 Delft-Maassluis: onbekend, omstreeks 1850?[6]

                                    Maassluis-Brielle: onbekend, aanwezig 1848

                                    Brielle-Hellevoetsluis: 1805

Wie denkt dat een straatweg door Europoort en de industrie van Rotterdam wel niks zal zijn, komt bedrogen uit. Dit is één van de leukste rijksstraatwegen in Nederland, waar je tijd tekort komt om alles te bekijken.

Delft

De weg begint daar waar de Waterslootsepoort in Delft stond, die in 1847 is verkocht om te worden afgebroken. Dan is de Buitenwatersloot eerst een stedelijke uitvalsweg (en vaart) met kleine woningen uit de laat 19de /vroeg 20ste eeuw en hier en daar wat loodsen en oude industrie. ‘Popperig’ is er het beste woord voor.

Als de weg breder wordt, staat er helaas aan weerszijden lelijke nieuwbouw aan. Vanaf Den Hoorn voert de weg door een nog redelijk ongeschonden weidelandschap met aardige boerderijen. In het gehucht Hodenpijl staat een neoclassicistische waterstaatskerk, die in 1839/40 is gebouwd in de tijd dat de weg is bestraat. Er is een gietijzeren brug over de vaart uit 1859 om de kerkgangers naar het kerkhof te brengen.

Katholieke kerk en pastorie Hodenpijl

Schipluiden is een leuk dorp met een complex van kerk, aanbouw en een hofje aan een leuke dorpsstraat. Vervolgens weer boerderijen langs de weg met in de verte zicht op het glas van het Westland. Voor Maasland staan twee mooie molens langs de weg.

Maasland

Maasland is een parel van een dorp. De hoofdstraat – ‘s-Heerenstraat – lijkt uit louter monumenten te bestaan. De kerk en de huizen op het kerkhof daarom heen geven een heel intiem beeld. Let op de voor- en achterkant van de scheepskaakfabriek.

Tussen Maasland en Maassluis is er vrijwel aaneengesloten bebouwing. De binnenkomst in Maassluis lijkt sterk op de uitvalsweg uit Delft: kleine woningen, industrie en pakhuizen langs een vaart. Maassluis heeft een aardige markt en stadhuis.

Maassluis

De Hoogstraat, waar ook nog het Gemeenlandshuis van Delfland staat, heet niet voor niks zo. Via de haven kom je bij het autopontveer. Dat ligt iets oostelijker dan waar het veer was in het begin van de 19de eeuw aan het eind van de Burgemeester de Jonghkade. Dit veer is in 1892 vervangen door een stoombootveer. Overigens is het een deel van het oorspronkelijke veer Maaslandsluis-Brielle, dat in 1728 is opgesplitst na het ontstaan van het eiland Rozenburg. Toen konden reizigers tegen vastgestelde prijzen in rijtuigen vervoerd worden tussen de Maassluisse en de Brielse kant van het veer. Die situatie heeft tot aan het eind van de 19de eeuw bestaan.

Op Rozenburg is het tracé van de straatweg geheel verdwenen. Na de Calandbrug en de Harmsenbrug te zijn overgestoken kan je prettig fietsen langs de Brielse Maas tot aan het Brielse veer. Dit veer komt aan de Brielse kant iets westelijker aan dan het oude deed (bij de Veerweg). Het oude veer werd tot 1920 met een zeilboot onderhouden. Nadat eerst nog een kabelveerpont is aangelegd is het in 1970 uit de vaart gehaald na de aanleg van de Brielse brug[7].

Plek van de voormalige Waterpoort Brielle

Brielle kom je binnen via de voormalige Waterpoort, die in 1894 is gesloopt. Het poortwachtershuis staat er nog wel. In Brielle is heel veel te zien; het is een aparte dagtocht waard.

Plek van de voormalige Zuidpoort Brielle

Brielle verlaat je weer door de plek waar nog tot 1900 de Zuidpoort stond. De bolwerken rond Brielle zijn nog voor een groot deel aanwezig. Zij zijn nog rond 1860 uitgebreid met bomvrije bergingen en een munitiehuis.

Als je eenmaal de bebouwing van Brielle uit bent, is het beeld langs de rijksstraatweg tamelijk agrarisch van karakter. Akkerbouw overheerst, want we zijn op de Zuidhollandse eilanden. Aardig is het voormalige watergemaal De Klomp uit 1879/80, waar nu een makelaar in huist. Na de kruising met de N57 krijgt de weg in Nieuwenhoorn een dorps karakter met veel oudere boerderijen en woningen langs de weg. Interessant zijn de kerk (uit de 15de eeuw) en het rechthuis uit het begin van de 19de eeuw.

Brielsepoort Hellevoetsluis

Vrij snel daarna kom je via de Brielse poort (ook met poortwachtershuis) de vesting van Hellevoetsluis binnen. Overigens is de poort niet meer dan een coupure in de vestingwal. De rijksweg eindigde officieel hier, maar uiteraard kun je in de vesting doorrijden tot aan het Haringvliet en onderweg nog de vele monumenten bekijken die herinneren aan de marinegeschiedenis van het stadje.



[1] Uit: K.J.B. Keuning, Geschiedenis van de wegen tussen Rijn en IJ, Haarlem 2000.

[2] Volgens Van der Valk.

[3] Volgens Wikipedia.

[4] Bron: www.geschiedenisvanzuidholland.nl.

[5] Uit: K.J.B. Keuning, Wegen tussen Rijn en IJ, 2000.

[6] De bronnen zijn niet eenduidig. Volgens Horsten was de weg bestraat in 1848, maar volgens de Nieuwe Etappekaart van 1848 was dat niet het geval. De kaarten in de Historische Atlas geven ook geen uitsluitsel: op kaart 37 I lijkt de weg wel, op kaart 37 II lijkt de weg niet bestraat.  De opnames voor beide kaartdelen waren vermoedelijk in 1849-1850. De weg over Rozenburg wordt door alle bronnen als bestraat weer gegeven.

[7] Zie voor alle informatie over de veren: Vereniging Vrienden van het Historisch Museum Den Briel, Veerman, laat ons overvaren! Een beknopte geschiedenis van de veerdiensten naar Brielle, Brielle 1999