3

Van Amsterdam naar de Fransche grenzen                                                         132 km

Deze straatweg ging van Amsterdam via Utrecht, Antwerpen en Brussel naar de Franse grens. De weg was de directe opvolger van de Route Impériale nr. 2 van Napoleon van Parijs naar Amsterdam. Hij was daarmee ook min of meer de slagader van het Koninkrijk der Nederlanden van 1815. Uiteraard was hij ook opgenomen in de besluiten van 1814 en 1816. Toen Willem I de rijkswegen aanwees in 1821 was de weg al helemaal bestraat; het laatste deel tussen Utrecht en Amsterdam was gereed gekomen in 1816.

Bij de bestrating van de weg tussen Amsterdam en Utrecht in 1816 is niet uitgegaan van de Amsteldijk, de oudste weg naar Utrecht vanaf de Utrechtse Poort in Amsterdam. Toch was de Amsteldijk al in de 18de eeuw bestraat tot Ouderkerk;  men had dus alleen het deel tussen Ouderkerk en Abcoude hoeven aan te leggen. Het verkeer naar Utrecht nam al sinds de 17de eeuw meestal de weg via de Watergraafsmeer. Die weg heeft men bij de bestrating gevolgd door hem van de weg naar Amersfoort af te laten takken bij de Hartveldsebrug op de grens van Diemen en de Watergraafsmeer. De weg is verder aangelegd langs de dijken van de rivieren de Angstel en de Vecht. Uiteraard vormde de Vecht toen ook een belangrijke verbinding over water. De heren en dames in de buitenplaatsen langs de Vecht kregen dus op twee manieren een verbinding. Alleen tussen de Watergraafsmeer en het Abcoudermeer en tussen Loenersloot en Loenen is een tracé door de polder aangelegd. Vanaf Maarssen is een kaarsrecht traject uitgezet voor de straatweg naar Utrecht. Misschien was dat hier pas mogelijk omdat de ondergrond er steviger is door de aanwezige rivierklei.

Tussen Utrecht en Gorinchem volgt de straatweg voor het grootste deel een al oudere bestaande weg. Tussen Vianen en Lexmond heeft men een nieuw stuk weg aangelegd. Het tracé van de weg is ten nauwste bepaald door diverse kanalen. De weg volgt vanaf Utrecht de oever van de al in 1127 gegraven Vaartsche Rijn. Deze kwam aanvankelijk uit bij Oudegein, waar een dam hem scheidde van de Hollandse IJssel. Onder Floris V werd de Hollandse IJssel afgedamd, de dam tussen de Vaartsche Rijn en de Hollandse IJssel weggehaald en de Vaartsche Rijn vanaf Jutphaas verlegd naar Vreeswijk. De straatweg volgt deze route ook. In 1892 is het zuidelijke deel van de Vaartsche Rijn verbreed tot het Merwedekanaal. In 1952 werd het Amsterdam-Rijnkanaal geopend, waardoor het oude kanaal sterk in betekenis afnam en de weg werd doorsneden. Tussen Vianen en Gorinchem volgt de weg voor een deel de oever van de in 1658 aangelegde trekvaart tussen die twee steden[1]. De trekvaart werd in 1824/25 – toen de straatweg er al lag – door Jan Blanken verbreed tot het Zederikkanaal. Later (in 1886) werd het verbreed tot het Merwedekanaal. De weg door het Lakerveld is recht getrokken.[2] Het veer tussen Vreeswijk en Vianen is er al erg lang. Het werd in 1840 vervangen door een schipbrug; in 1935 door een vaste brug.

Bij de aanleg van de weg tussen Gorinchem en Breda in 1812 werd voor een veel strakker tracé gekozen dan de oude weg. Tot aan de tol bij Sleeuwijk volgde men nog min of meer de oude weg, maar ten zuiden daarvan werd een geheel nieuw stuk weg aangelegd naar Keizersveer, wat voor een deel door nieuw ingepolderd land voerde. De oude weg leidde nog over Dussen en Raamsdonk. Pas ten zuiden van het oude veer over de Donge bereikt de straatweg de oude weg. Maar ook het deel tussen Oosterhout en Teteringen is recht getrokken bij de aanleg van de straatweg. De weg heeft dus over grote gedeelten een echt kaarsrecht Napoleontisch ontwerp. Het laatste deel tussen de driesprong bij Teteringen en Breda was al in 1692 bestraat.

Het veer tussen Gorinchem en Sleeuwijk wordt al in 1327 genoemd. Het veer was de enige verbinding tot aan het gereed komen van de Merwedebrug in 1963. Keizersveer kreeg die naam omdat Napoleon hier het veer over de Maas nam bij zijn reis naar Amsterdam. Door het graven van de Bergsche Maas in 1904 is de rivier hier veel breder geworden. Het veer heeft dienst gedaan tot aan de komst van de eerste vaste brug in 1931.

Van het laatste deel van de weg tussen Breda en de grens is het deel tot Princenhage al in 1683 aangelegd. Hoewel de straatweg bij de aanleg op gezag van Napoleon in 1813 vanaf Princenhage op nogal wat plaatsen is recht getrokken volgt deze hoofdzakelijk het tracé van de oude weg tussen Breda en Antwerpen. Alleen vanaf Wernhout is de straatweg over een geheel nieuw tracé geleid. De oude weg lag vanaf Wernhout oostelijker en liep via Lent, Haantje en Tereik. Over de grens kruiste de straatweg de oude weg ten noorden van Wuustwezel; die plaats lag dus voordien niet aan de doorgaande weg. De afgesneden delen oude weg zijn nog te herkennen in de Oude Rijsbergse Baan in de buurtschap Effen, de Oude Postbaan in Zundert en de Oude Baan en de (Oude) Lentsebaan in Wernhout.

Amsterdam-Utrecht                                                                                             40,5 km

Aanleg weg:                 Amsterdam-Diemen Hartveldsebrug: midden 18de eeuw

Rest: 1816

IM_004
Hartveldseweg in Diemen

Bij de Hartveldsebrug op de grens van Amsterdam en Diemen splitste rijksstraatweg 3 af van straatweg 1. Hier is niets meer van de oude situatie te zien. De ringvaart van de Watergraafsmeer is overkluisd en heeft geen brug meer; de straatweg naast de trekvaart is verdwenen onder de A10. Een gloednieuw fietspad moet dit vervangen. Na de verplaatste brug naar Duivendrecht rij je voor het eerst op de Rijksstraatweg, met voor een dorp opmerkelijk veel huizen uit het interbellum. Dan volgt weer een brede strook, waar de oude weg geheel verdwenen is voor de aanleg van de nieuwbouw in Amsterdam Zuidoost. Pas na het AMC is de weg weer op te pikken.

Baambrugge

De weg volgt dan voortdurend de dijken langs (voormalige) riviertjes. Eerst gaat het langs het Abcoudermeer en de Angstel tot aan de kerk in Abcoude. Het kerkplein is minder fraai dan het in mijn herinnering was. De oude herberg op het plein is nu een Thais restaurant. Ook na Abcoude volgt de niet heel brede weg slingerend de Angstel. Bij het begin van Baambrugge staat een mooi oud café; Baambrugge is zelf een lief dorp met brug en raadhuis. Na Baambrugge liggen er steeds meer buitenplaatsen en herenboerderijen langs de weg en wordt de Angstel een kleine Vecht. Het kasteel van Loenersloot is indrukwekkend; de deur van het oude rechthuis er tegenover ook. Het dorp Loenersloot is doorsneden door de spoorlijn en het kanaal. De weg loopt er aan beide kanten dood op. Hier moet omgereden worden. Aan de andere kant van de brug kan je rechts de Kerklaan ingaan. Aan het kanaal gekomen pik je de straatweg weer op.

Raadhuis Loenen

Tot hier is de weg afgewaardeerd en niet meer dan een interlokale verbinding. Maar vanaf Loenersloot tot Maarssen is het nog een provinciale weg met meer verkeer. In Loenen maakt de weg een haakse bocht; hier staan het oude raadhuis en een oude herberg. Na Loenen beginnen de grote buitenplaatsen aan de Vecht. Imposant vind ik vooral Vreedenhoff en Rupelmonde. Nieuwersluis is het aardigste dorp aan de Vecht met zijn brug over de rivier en over de monding van de Angstel. Ook de sluisjes in beide rivieren zijn het bekijken waard. Net als het Fort bij Abcoude is het Fort bij Nieuwersluis er gekomen omdat het niet alleen de weg, maar ook het water en de spoorlijn verdedigde. Aan de overkant van de Vecht staat de Koning Willem III kazerne uit 1877-1878.

Nieuwersluis
Vreedenhoff
Nijenrode

Breukelen valt dan wat tegen; de kerk, de Danne en het buurtje met huisjes uit de 18de eeuw zijn leuk, maar de Kerkbrink is een beetje verprutst. Na Breukelen ligt kasteel Nijenrode rechts van de weg. Het ziet er middeleeuws uit, maar de gebouwen zijn in de 17de eeuw neergezet. Vanaf vlak voor Nijenrode loopt de weg voor het eerst direct langs de Vecht. Huizen aan de overkant van het water zijn hier ook duidelijk zichtbaar. Landschappelijk begint het steeds meer op een rivierengebied te lijken: minder weidsheid, meer kleinere percelen met bomen en boomgaarden.

Hierna volgen nog enige buitenplaatsen tot Maarssen, maar dan is de koek wel op. De straatweg is min of meer buiten het dorp omgeleid. Het aanzicht van de weg verandert nu aanzienlijk; geen buitenplaatsen meer, maar kleinere woningen en het kanaal en industrie. Vlak voordat je Maarssen uitgaat is er in 1891 een verbinding aangelegd tussen de Vecht en het Merwedekanaal, waar nog een leuke sluiswachterswoning staat.

Amsterdamsestraatweg in Utrecht

De Amsterdamsestraatweg in Utrecht is een duidelijke uitvalsweg met bebouwing uit diverse perioden door elkaar. Er zijn mooiere. Iets bijzonders is er niet te zien, behalve de watertoren. Het is wel de hoofdstraat van de buurten aan de noordwest kant van Utrecht, waarvan het multiculturele karakter duidelijk wordt in de straat. Tussen 1907 en 1938 werd de straat ook benut door de elektrische tram.

Utrecht

De straatweg kwam niet bij een Utrechtse poort uit, maar op de buitenvest; je moest om de binnenstad te bereiken of wel oostwaarts naar de Weerdpoort bij de Vecht, of wel, wat korter was, zuidwaarts naar de Catharijnepoort.

Daar was het bij het maken van deze fietstocht een enorme puinhoop.

Utrecht-Gorinchem                                                                                                33 km

Aanleg weg:                 Utrecht-Vreeswijk: 1812, door de stad Utrecht

                                    Vianen-Gorinchem: 1813, door de staat

Dit is een prettige weg om te fietsen. Het eerste stuk tussen Utrecht en Vreeswijk valt erg mee en voert maar kleine stukken langs bedrijventerreinen. Het tweede stuk biedt veel fraai open Hollands polderlandschap.

Utrecht

De weg startte bij de Utrechtse Tolsteegpoort, die in 1845 is gesloopt. Het eerste deel is een rommelige kade langs de Vaartsche Rijn, maar na het treinviaduct volgt nette twintiger jaren bebouwing langs de weg. De weg is rustig. Dan moet er wat omgereden worden om over het Merwedekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal te komen. In deze buurt zijn er enkel bedrijfsterreinen. Maar over de 2de brug ligt er opnieuw twintiger jaren bebouwing langs de Utrechtsestraatweg. Die bebouwing is er blijkbaar vanuit Utrecht gekomen, want later volgen nog wat kleine open stukken en een enkele boerderij.

Hoofdonderwijzerswoning Jutphaas
Theekoepeltje bij Jutphaas

Jutphaas is een eind ten westen van de weg en de Vaartsche Rijn ontstaan; het wordt voor het eerst genoemd in 1165. Na de aanleg van de Vaartsche Rijn verschoof de kern van het dorp naar de brug. In Jutphaas staan wat aardige panden uit rond 1900, zoals het raadhuis, de hoofdonderwijzerswoning en de kerk. Aan de overkant is een theekoepeltje over een sloot te zien. Dat hoort bij het landgoed Rijnhuizen, dat achter de bomen verscholen ligt. Vroeger lagen er meer landgoederen langs de weg, zoals De Geer, Zwanenburg, De Bongenaar en De Wiers, maar die zijn allemaal in de 19de eeuw afgebroken[3]. Via een kleine omweg bereik je dan de Vreeswijksestraatweg, die een stuk minder leuk is: nieuwbouw en bedrijfsterreinen. Pas na de Wiersebrug staan er weer wat oudere panden langs de weg.

Vreeswijk is leuk om even in te gaan en rond te kijken bij de oude sluizen en bruggen. De weg komt na een bocht op de Lekboulevard, die grondig verpest is, en brengt je bij het veer. Leuk is dat het pand van Rijkswaterstaat hier herinnert aan de voormalige schipbrug.

Lekpoort Vianen

De aankomst in Vianen is klassiek: een nauw straatje dat leidt naar de stadspoort: de Lekpoort. Na de poort is de Voorstraat een en al monument. Het stadhuis is bijzonder. Ook de andere kant de stad uitrijden geeft nog een fraai beeld, maar dan is het even doorbijten onder de snelweg door. Aan de straat met de merkwaardige naam Bentz-Berg kan je zien dat het ooit een stuk snelweg is geweest, die is heringericht. Daarna kan je naar links oversteken en de oude Lexmondsestraatweg op gaan. Aan het eind ervan staat op nummer 8 een oud tolhuis. Dan keer je weer terug op de Kortenhoevenseweg, die veel minder breed is en je het eerste Hollandse landschap ziet met zicht op de Lekdijk.

Herberg De Drie Snoecken in Lexmond

In Lexmond staan op de driesprong de kerk en de oude herberg De Drie Snoecken. Na Lexmond wordt en blijft het weids. Veel mooie oude boerderijen langs De Laak en het Lakerveld. Vanaf nu is het wel fietsen op de weg.

Lakerveld

Ook Meerkerk bestaat uit een driesprong met een herberg en een kerk, maar nu weggemoffeld in een hoekje. In de herberg De Gouden Leeuw zou Napoleon nog overnacht hebben.

De Gouden Leeuw in Meerkerk

De Tolstraat is ook een herinnering aan de rijksstraatweg. In de Gorinchemsestraat lijkt er aan de breedte van de straat niets veranderd sinds Napoleon. De Bazeldijk biedt vele oude boerderijen en vergezichten over het Merwedekanaal.

Bij de ingang van Arkel ligt de Rijksstraatwegbrug. Het dorp zelf valt wat tegen, maar op het Kerkeind staan weer mooie boerderijen en aan het eind de Koepelkerk uit 1855. Vanaf Arkel is het verkeer veel drukker geworden en je wordt bij de kerk de weg af gestuurd.

Koepelkerk Arkel

Langs de weg onder de dijk bereik je Gorinchem bij een coupure in de vesting. Hier stond ooit de Arkelpoort, die in 1857 is gesloopt.

Arkelpoort Gorinchem

Gorinchem-Breda                                                                                                   32 km

Aanleg weg:                 Gorinchem-Teteringen: 1812-1816

                                    Teteringen-Breda: 1692

Gorinchem

De reiziger verliet Gorinchem vroeger bij de Waterpoort. Die is in 1894 gesloopt, maar nog wel in het Rijksmuseum te bewonderen. Nu meldt een bordje dat B&W niet mee wilde doen aan de ‘ziekelijke verering van oude dingen’. Dan op het veer naar Sleeuwijk met mooie uitzichten over de Merwede en de brug. In Sleeuwijk kom je een eind buiten het eigenlijke dorp aan in het voormalige buurtschap Hoekeind. Er staan nog typerende dijkhuizen in Hollandse stijl.

Aangekomen bij de Tol over de A27 kan je even naar links gaan om het Fort aan de Uppelsedijk te bekijken. Het is aangelegd als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie om de weg dekking te geven. Aan de andere kant van de brug kom je op het fietspad langs de snelweg. Dat zie je op dit traject meer, want de oude weg is hier vaker onder de snelweg verdwenen. Toch valt het lawaai mee. Het uitzicht is groots: aardappelen zo ver het oog reikt, weinig bebouwing ook niet langs de weg.

Straatweg in Nieuwendijk

In het Land van Altena liggen nauwelijks dorpen langs de weg, omdat bij de aanleg van de weg deze door nog heel nieuw land voerde. Sleeuwijk wordt wel al genoemd in 1266 en was altijd sterk afhankelijk van het veer naar Gorinchem. Nieuwendijk ontstond pas na 1646 toen een stuk van de Biesbosch opnieuw werd ingepolderd. Een echte kerk kwam er pas in 1878. Raamsdonksveer was al een verkeersdorp in het ambacht van Raamsdonk en kreeg een stevige boost door de aanleg van de straatweg. Het kreeg in 1843 een eigen parochie.

Bij Nieuwendijk

Bij de kom van Nieuwendijk aangekomen buigt de snelweg weer af en rij je weer op de Rijksweg. Die biedt vooral nieuwe lelijkheid, maar het kan altijd erger; zie de Gereformeerde Kerk bij de driesprong. Verder op de dijk liggen echter wel wat oude huizen en is het straatprofiel nog ouderwets. Enige langgevelboerderijen staan zo wat op de straat. Dan kruis je de snelweg en ga je aan de andere kant weer op het fietspad verder. Het heet hier wel Keizer Napoleonsweg. Wat verder wordt het een echte weg. Het uitzicht blijft hetzelfde en alleen bij het kruispunt is wat bebouwing. Het straatnaambordje Keizersveer herinnert dan aan oude tijden.

Geertruidenberg

Via een ommetje ga je over de brug van de Bergse Maas. Die rivier was er nog niet toen de straatweg werd aangelegd; hij werd gegraven in 1904. Aan de andere kant kom je over de Maasdijk Raamsdonksveer in. Een drukke weg met veel bedrijfsterreinen en nieuwbouw. Niets an. Rechts ligt het Fort Lunet dat ook is aangelegd om de weg te beschermen. Op de driesprong staat een Gereformeerde Kerk uit 1941 met een davidsster. Het loont hier de moeite om rechts Geertruidenberg in te rijden en de enorme Markt te bekijken.

Oosterhout

Terug gekomen gaat de straatweg rechtuit en heet nu Keizersdijk. Raamsdonksveer ziet er verrassend stads uit met veel grote panden uit het eind van de 19de eeuw. Waar die welvaart vandaan kwam, weet ik niet. Dan volgt de weer kaarsrechte Oosterhoutse en later Oude Veerseweg. Nog steeds hetzelfde beeld: velden, geen bebouwing. In de bocht van de weg ga je het fietspad langs de snelweg op. Dit is hier fraai aangelegd; als je het niet wist, merk je niets van de snelweg. Bij Oosterhout aangekomen is de straatweg verdwenen onder nieuwbouw en wegen. Na wat links en rechts te zijn gegaan kom je weer op de Veerseweg. Oosterhout is een verrassend groot en oud dorp met 2 fraaie pleinen, een oude kerk en zeer veel bezienswaardige panden.

Bredaseweg Oosterhout

De Bredaseweg is de uitvalsweg. Dit is het mooiste deel van deze route. De oude Napoleonsweg met oude bomen aan de zijkanten in ongeveer het oude profiel. Duidelijk is dat we hier op zandgrond zijn aangekomen. De weg gaat kaarsrecht verder, maar wordt naar Teteringen toe wel minder interessant. De kern van dit dorp zie je niet, want dat is bij de aanleg vermeden.

Breda

Na een groot kruispunt te zijn gepasseerd komt het oude beeld van de weg weer even terug voor je op de driesprong met de straatweg naar ’s-Hertogenbosch komt. Op de hoek stond de fabriek van Hero, nu alleen nog kantoor. De Teteringsedijk is een beetje rommelige, maar soms wel aardige invalsweg. Vlak voor de stad staan de mooiste panden.

Je kunt nog rechtuit gaan door de Ceresstraat waar aan het eind brouwerij Drie Hoefijzers staat. Deze straat is aangelegd waar ooit de bastions van Breda lagen. Het oude straatwegtracé verdween toen ook. Aan het eind ga je links en kom je via de fraaie Mauritsstraat het centrum binnen. Voor het voormalige wagenplein bij het begin van de Korte Boschstraat stond de Boschpoort, die in 1870 is gesloopt.

Breda-Wernhout                                                                                                   21,5 km

Aanleg weg:                 Breda-Princenhage: 1683

Princenhage-grens: 1813

Deze weg is één van de karakteristieke vrijwel kaarsrechte straatwegen die door de ingenieurs van Napoleon zijn aangelegd in de korte tijd dat hij over Nederland heerste. Het is een aardige fietstocht langs een niet al te drukke weg, waar nu eens nauwelijks bedrijfsterreinen zijn te zien.

Breda

De weg startte bij de in 1682 gebouwde en in 1871 gesloopte Haagpoort. Deze lag aan het eind van de Nieuwe Huizen bij de Fellenoordstraat. De weg door de poort bereikte de weg naar Princenhage ongeveer bij het Jan Ingen-Houszplein[4]. Nadat de poort en de bastions waren gesloopt is de Haagweg rechtgetrokken in het verlengde van de Haagdijk.

Princenhage

De Haagweg is een beetje rommelige uitvalsweg met voornamelijk lage huizen. Na de zigzag en de begraafplaats staan er plotseling villa’s en een enkel statig 19de eeuws pand langs de weg. Blijkbaar was dit in de 19de eeuw een plek waar de rijke Bredanaar naartoe trok. Dan vernauwt de Haagweg zich tot dorpsstraat van Princenhage en komt hij uit op de Haagsemarkt. Dat is een aardig plein met een prominent raadhuis uit 1792, een fraaie stenen pomp en wat oude huizen. Om de hoek staan aan de Dreef de oude katholieke kerk en de NH-kerk uit 1819. Ook hier wat oude huizen en de pastorie.

Omdat in Princenhage al oudtijds de wegen naar het westen en het zuiden splitsten, heeft het altijd een belangrijke verkeersfunctie gehad. De Mastbosstraat is de weg het dorp uit met aan de oostzijde een rijtje lage (arbeiders)huizen. Aan het eind van de straat is de straatweg verdwenen onder nieuwe verkeerswegen en moet er omgereden worden. Je bent weer op de straatweg op de Rijsbergseweg na de passage van de A16. De kenmerkende kaarsrechte straatweg, die hier door velden en af en toe wat bos voert. Steeds bomen aan de kant van de weg (tot aan de grens). Naar Rijsbergen toe wordt het meer open. Er worden hier aardbeien geteeld en je kunt ook gebruik maken van de aardbeienautomaat.

Rijsbergen

Rijsbergen is te karakteriseren als een straatdorp. Het kent wat leuke huizen aan de weg en het gemeentehuis uit 1923 bij de vernieuwde dorpskerk. Verder heel veel café’s, die op maandag allemaal dicht zijn. Een bijzonder dorp is het niet. Dan weer rechte weg met af en toe mooie langgevelboerderijen. Veel boomkwekerijen langs de weg. Bij de ingang van Zundert staat nog café De Wissel, dat in 1910 is ontstaan bij een rangeerplaats aan de paardentramlijn. Het wordt op korte termijn gesloopt.

Zundert
Raadhuis Zundert

Zundert heeft een groter marktplein en lijkt een centrale functie te hebben gehad. In Zundert staat een mooi raadhuis uit 1840. Schuin aan het overkant het NH-kerkje, waar de vader van Vincent van Gogh dominee was. Allure heeft het dorp verder niet, behalve de pastorie en een paar huizen in de Molenstraat.

IMG_1243
Straatweg bij Wernhout

Dan weer rechtuit naar Wernhout. Het ligt ook langs de straatweg en is tot 1926 een onderdeel geweest van de parochie van Zundert. Er is niet veel te zien. Is café De Bocht een oud relict van de stoomtramlijn naar Antwerpen?

Ook het laatste stuk van de weg naar de grens is recht. De buurtschap Wernhoutsburg – op de grens gelegen – is pas ontstaan na de aanleg van de rijksstraatweg. Langs de weg begon Van Gend & Loos in 1826 een diligencedienst tussen Antwerpen en Amsterdam. In 1842 liet het bedrijf er een grenskantoor bouwen. Dit werd in 1882 verlaten, maar Van Gend & Loos bleef tot aan het verdwijnen van de grenspost in 1984 in het dorp aanwezig. Helaas is het oude kantoor in 2016 gesloopt. Aan de grens herinnert hier nu weinig meer, behalve de grenspaal uit 1843.


[1] Over de aanleg van de trekvaart: A.J. Busch, De verbinding over water tussen Gorinchem en Vianen, in: Oud-Gorcum Varia, jaargang 17 (2000), nr. 47, blz. 73-85.

[2] Bron: Walter van Zijderveld, Gorinchem-Vianen, keizerlijk sinds 1811, op: www.buurtvereniging-zouweboezem.nl.

[3] Bron:www.kasteleninutrecht.eu

[4] Bron: J.M.F. IJsseling, 1870: De poorten van Breda geslecht, in: Jaarboek De Oranjeboom 41 (1988), blz. 71-91.