2

Van Amsterdam naar de Pruissische grenzen 179 km

Deze straatweg volgde vanaf Amsterdam tot Amersfoort straatweg nr. 1 en kreeg dus pas vanaf Amersfoort een eigen traject. Hij verbond Amsterdam met de grenzen van Pruisen. Maar dat deed hij merkwaardig genoeg niet op de meest voor de hand liggende plek op de kortste route, ten oosten van Arnhem of Nijmegen. Nee, de weg liep vanaf Nijmegen via Maastricht en Luik naar de grens bij Spa. We kunnen slechts gissen waarom Willem I hiervoor koos. Aan de andere kant van de grens bij Spa ligt de Eifel. Er was daar geen enkele stad of andere bevolkingsconcentratie en er sloot ook geen doorgaande weg in Pruisen aan op deze straatweg. Maar Willem I ging – net als de rest van de elite in die dagen – wel graag naar de baden in Spa. Is dat dan de reden voor deze keuze?

Het ligt voor de hand dat deze weg niet als zodanig voorkwam in het Decreet van Napoleon over de wegen uit 1811. Een deel behoorde wel tot de door Napoleon aangewezen wegen. De weg tussen Venlo en Maastricht was zelfs een deel van de Route Impériale nr. 3, de weg van Parijs naar Hamburg; de belangrijkste van het rijk na die van Parijs naar Londen en die naar Amsterdam. Het deel tussen Nijmegen en Venlo was aangewezen als weg van de derde klasse nr. 66 en dat van Arnhem naar Nijmegen maakte deel uit van de weg van de tweede klasse nr. 19, van Parijs naar Groningen ‘en de zee’.

In het besluit van Willem I uit 1814 is een weg opgenomen van Arnhem naar Nijmegen – als deel van een weg tussen Breda en Delfzijl -, maar is er nog geen weg tussen Amersfoort en Arnhem. Limburg behoorde in 1814 nog niet tot Nederland, zodat de rest van de weg nog niet in het besluit van 1814 voorkwam. In het Koninklijk Besluit van 1816 is de hele weg opgenomen, zij het als onderdeel van andere wegen. Van Amsterdam via Amersfoort naar Arnhem in een weg naar de grens bij Zevenaar – toen dus wel via de kortste route naar de grens -, en van Arnhem via Nijmegen en Venlo naar Maastricht en Luik als onderdeel van de weg van Zoutkamp naar Bouillon.

De weg volgde in Limburg tussen Venlo en Maastricht het door Napoleon uitgezette tracé ten westen van de Maas. Na de afscheiding van België in 1830 lag een deel van de weg tussen Ittervoort en Maastricht dus niet meer in Nederland. Daarom werd besloten ten oosten van de Maas nog een rijksstraatweg aan te leggen tussen Venlo en Maastricht. Die kwam gereed in 1847. De rijksweg aan de westzijde bleef echter bestaan en zou als ‘Napoleonsweg’ bekend raken.

Ten tijde van het besluit in 1821 was een deel van de weg al bestraat, namelijk de stukken tussen Arnhem en Nijmegen en Maaseik en Maastricht. Een groot deel moest dus nog worden aangelegd.

Voor het eerste deel van de straatweg heeft men niet gekozen voor de al lang bestaande doorgaande weg van Amersfoort naar Arnhem over Achterveld en Lunteren. Nog in het Koninklijk Besluit van 1821 wordt Lunteren genoemd als liggend aan deze – toen nog aan te leggen – weg. Maar men koos er voor de weg van Amersfoort naar Doorn te bestraten en dan in Woudenberg een haakse hoek te maken. Dit deed men in samenhang met bestrating van de weg van Zeist naar Woudenberg, die in 1831 gereed kwam. Waarom men hiervoor koos, weet ik niet. Mogelijk vormen het grote aantal landgoederen langs deze weg de verklaring. De oude doorgaande weg is uiteraard korter. De aanleg van dit deel van de weg was gereed in 1828.

De weg van Arnhem naar Nijmegen is in 1742 aangelegd als bezande weg op de gedeeltelijk gedempte Grift. De weg is rond 1780 begrind en pas in 1864-1868 bestraat. De Grift was een trekvaart die in 1611 is aangelegd op voorstel van Nijmegen om de beide steden beter te verbinden. De oude verbinding tussen Arnhem en Nijmegen liep via het Malburgse veer, Huissen en Bemmel. Na de aanleg van het Pannerdens Kanaal in 1711 werd de scheepvaart op de Rijn gemakkelijker en viel veel verkeer op de Grift weg; bovendien verzandde hij. Hij werd daarom in 1741 gedeeltelijk gedempt. De vaart en de weg begonnen in Arnhem bij de buurtschap De Praets, waar al in 1294 een veer wordt genoemd. Vanaf 1603 lag er een schipbrug. Een eerste vaste verbinding kwam pas tot stand in 1934-35 (Rijnbrug). De Grift kwam in Lent uit bij het veer, dat sinds 1521 de verbinding met Nijmegen verzorgde. Sinds 1657 was dit een gierpont. Hier deed het veer dienst tot de komst van de Waalbrug in 1936. Naast de Griftdijk lag bij het veer het fort Knodsenburg, dat oorspronkelijk als schans in 1585 was gebouwd. Door Maurits werd het tot fort uitgebouwd. Het deed dienst tot het begin van de 18de eeuw. In 1808 werd het verkocht en daarna ontmanteld op de gracht na.

De weg van Nijmegen naar Venlo is al in de plannen van Napoleon uit 1811 opgenomen. Hij verbond Nijmegen met de Route Imperiale nr. 3 in Venlo. Het KB 1821 situeert deze weg nog op de westelijke oever van de Maas via Boxmeer. Bij de aanleg van de weg in 1844-1846 werd over grote delen een oude weg gevolgd, maar er kwamen ook nieuwe tracés, bij Malden, Middelaar en Arcen en tussen Afferden en Well. Hierbij is veelal het lage tracé langs de Maas (bij Middelaar, bij Bergen) verruild voor een hoger gelegen tracé. Blijkbaar werd het lagere tracé door overstromingen bedreigd. In 1842 werd de aanleg van de weg tussen Nijmegen en Maastricht aanbesteed voor ƒ71.000, waaraan Gelderland ƒ10.000 bijdroeg, Nijmegen ƒ5.000 en Heumen ƒ500.[1]

Het wegdeel van Venlo tot aan de grens bij Ittervoort is oorspronkelijk gepland als onderdeel van Napoleons Route Impériale nr. 3 van Parijs naar Hamburg. In tegenstelling tot de delen van de weg ten noorden van Venlo en ten zuiden van Maaseik is deze niet meer onder Napoleon gereed gekomen, maar pas in 1827. Waarschijnlijk is hij wel op grond van de Franse voorbereiding aangelegd; dat verklaart onder meer het kaarsrechte karakter. De weg volgt grotendeels niet het tracé van de oude, tot de Romeinen teruggaande, weg. Dat is in enkele dorpen nog herkenbaar in de straatnaam Heerbaan of Heerstraat (zoals in Beegden, Heel en Thorn). In Blerick lag tegenover Venlo het Fort Sint-Michiel. Dit is in 1643 aangelegd. Vanaf het veer liep de weg hierlangs. Het veer bestond al in de 17de eeuw. Na de aanleg van de spoorlijn van Venlo naar Eindhoven in 1866 werd het fort gesloopt. Later ontstond hier de Frederik Hendrikkazerne.

De weg van Maastricht naar de grens bij Smeermaas en vandaar naar Maaseik werd nog onder Napoleon in 1812 aangelegd op een geheel nieuw tracé; ook als onderdeel van de Route Impériale 3 van Parijs naar Hamburg. Bij Maastricht werd niet het oude tracé van de weg naar ’s-Hertogenbosch gevolgd, maar gekozen voor een westelijker tracé dat uitkwam bij de Brusselsepoort van Maastricht.

Bij de aanleg van een straatweg van Maastricht naar Luik was de Sint-Pietersberg een enorme sta-in-de-weg. De oude weg naar Luik liep (loopt) over de heuvel, maar koetsen konden er niet over komen. In de plannen van Napoleon liep de straatweg van Luik naar Maastricht dan ook over Tongeren. Voor de rijksstraatweg werd daarom een ander tracé gekozen. In feite werd in 1829 een straatweg aangelegd van Maastricht naar Verviers. In Withuis kon men dan afslaan om over Moelingen in Visé aan te komen. Tussen Luik en Visé lag al een straatweg sinds het laatste kwart van de 18de eeuw. Door de verandering van het tracé moest men tussen Maastricht en Luik twee keer de Maas oversteken.

Amersfoort-Arnhem                                                                                    46,5 km

Aanleg weg:                 1828

Amersfoort

Rijksstraatweg nummer 2 splitste in Amersfoort af van straatweg 1. De weg tussen Amersfoort en Arnhem is nu een mooie weg om te fietsen, ook al is hij soms wat druk. De dorpen lijken stil en naar binnen gekeerd. Er is niet veel bedrijvigheid langs de weg; alleen beperkt in Woudenberg en Renswoude. Zelfs in Ede is dat niet het geval. Heel veel herinneringen aan de straatweg zijn er echter niet.

De weg begon bij de Slijkpoort in Amersfoort. Het startpunt van de weg is iets minder lelijk dan dat bij de voormalige Utrechtsepoort, maar het scheelt niet veel. De Arnhemseweg is wel een aardige, voor het oosten karakteristieke, uitvalsweg, vooral op het deel na de rotonde. Na rechts het landgoed Nimmendor te zijn gepasseerd – wat nu een zalencomplex is – en de A28 beland je meteen in het bos. Daarna velden, afgewisseld met bos langs een drukke weg. Opmerkelijk is de Hervormde Kerk in Leusden-Zuid, die in hetzelfde jaar gereed kwam als de straatweg.

Straatweg bij Woudenberg

In de gemeente Woudenberg aangekomen passeer je eerst het landgoed De Boom met mooie waterpartijen. Dan rechts landgoed Gerenstein, dat in de steigers stond bij onze tocht. Woudenberg is geen opmerkelijk dorp. Van het centrale kruispunt in het dorp is beslist meer te maken. Weinig zeggende bebouwing langs de uitvalsweg naar het oosten. Hier is duidelijk minder verkeer.

Scherpenzeel

Scherpenzeel heeft een veel aardiger kern met een kerk en een kasteel in een mooi park. Ook staan er een paar mooie panden langs het plein. Dan volgt een mooi stuk weg naar Renswoude, waar een nog mooiere kerk en kasteel zijn te vinden. Het is een indrukwekkende koepelkerk van de hand van Jacob van Campen. Ook het kasteel is mooi in proportie. Beide dorpen bestonden oorspronkelijk alleen uit een lange dorpsstraat, die nog steeds het centrale element is.

Renswoude

In 1744 is de Republiek begonnen met de aanleg van de Grebbelinie, die inundatie van de Gelderse Vallei mogelijk moest maken. De weg kruist die bij de Slaperdijk. Als de weg de Grebbelinie passeert, is heel even de coupure te zien, maar je moet wel goed kijken. Opvallend is dat de weg hier de kavels diagonaal snijdt en de boerderijen in een hoek naar de weg staan. Na de driesprong bij De Klomp wordt de weg weer drukker. Nu wordt het een kaarsrechte weg door het voormalige veen. Is dat bij de aanleg van de weg pas ontgonnen? Langs de weg is hier niet veel bijzonders te zien; de bebouwing is niet op de weg georiënteerd.

Na de A30 staat er veel nieuwbouw langs de noordkant van de weg, maar als je de Amsterdamseweg opgaat ben je weer op een vertrouwde invalsweg, met villa’s uit het Interbellum en later. In de Grotestraat in Ede is nauwelijks iets bijzonders te zien. Van de herbergen die hier ooit stonden, is helaas niets over. Alleen de kerk is het bekijken waard.

Herberg Ginkelse Hei

Linksaf de Arnhemseweg op ga je meteen omhoog. Meer villa’s en dan een mooi stuk weg over de Ginkelse hei en door Planken Wambuis. De herberg aan de weg op de hei is niet fraai meer, maar wel historisch. Hij is ontstaan op het kruispunt van de weg met een Hessenweg.

Arnhem

Na de passage van de A12 begint de weg pas echt te heuvelen en moet er flink getrapt worden. Rechts zie je nog gebouwen van landgoed Ligtenbeek. Er volgt een forse daling naar het centrum van Arnhem langs een wat rommelige invalsweg. In de buurt van het station is veel afgebroken en de aankomst op het Willemsplein is te midden van het verkeer.

Hier eindigde de weg bij de Janspoort, die in 1825 is gesloopt, mogelijk in verband met de aanleg van de weg (en die naar Utrecht).

Arnhem-Nijmegen                                                                                                 16 km

Aanleg weg:                 circa 1780

Het vraagt nogal wat moeite om je de oude straatweg voor te stellen op dit traject. Een groot deel is in de uitdijende bebouwing van Arnhem, Elst en Nijmegen opgenomen of zelfs verdwenen. Nog maar een paar stukken lopen door open platteland.

Arnhem

Bij het uiteinde van de Rijnstraat stond in Arnhem de in 1827 afgebroken Rijnpoort. Hiervandaan liep de weg naar de schipbrug. Staand op dit punt nu kan je je nauwelijks een stadspoort voorstellen. Je moet ook al vanaf het Stationsplein de oprit naar het fietsersdeel van de brug nemen. Die brug ligt wel ongeveer op de plek van de oude schipbrug. Bovenop heb je een mooi uitzicht over de stad. Daarbij valt op dat de Rijnkade nog steeds niet echt deel uitmaakt van de stad.

Aan de overkant van de Rijn volgt het fietspad min of meer de loop van de oude weg, maar pas in Elden op de oorspronkelijke rivierdijk aangekomen zie je de weg. In Elden is nog wel iets van het oude dorp te zien en de weg heeft ook nog wel zijn oude profiel. Helaas staat de dorpskerk net iets van de weg af aan de rivierdijk. Als de weg Randweg gaat heten volgt hij misschien nog wel het oude tracé, maar is er van oude bebouwing niets meer te zien.

Brug over de Linge

Maar als je dan eindelijk de nieuwbouw van Arnhem uit bent, volgt er een stuk weg waar het goed mogelijk is om je de oude trekvaart met de jaagpaden aan weerszijden voor te stellen. Het bord op de brug over de Linge refereert ook aan de oude tolplaats die er net na de brug was.

In Elst aangekomen loont het de moeite om bij de oude kerk te gaan kijken. Niet alleen is de toren mooi; de kerk is oeroud en staat op de resten van Gallo-Romeinse tempels. Delen daarvan zijn nog voor de kerk te zien.

Na Elst wordt het van kwaad tot erger. Eerst is de weg geleid over het viaduct over de Betuweroute en de A 15 en vlak daarna beginnen rommelige bedrijfsterreinen en de uitbreidingen van Nijmegen. Hier is niets leuks meer te vinden. Bij het dorp Lent voert de weg vlak langs de snelweg; het dorp zelf onttrekt zich goeddeels aan je waarneming. Aan de andere kant is het eind van de Griftdijk vergraven voor grote nieuwbouwprojecten ten noorden van de Waal. Het oorspronkelijke veer is dan ook nauwelijks nog bereikbaar of herkenbaar. Wel is men bezig om de contouren van het oude fort weer terug te brengen.

Nijmegen

Over de brug – met prachtig uitzicht – bereik je Nijmegen. Daar kwam je ooit de stad binnen via de Veerpoort, die aan het eind van de Lindenberg bij de Vleeshouwerstraat stond. Hij is in 1864 gesloopt.

Nijmegen-Venlo                                                                                61,5 km

Aanleg weg:                 Nijmegen-Mook: 1844

                                    Mook-Venlo: 1846

Een weg die vaak onder geboomte of in het bos loopt, op veel plekken licht glooiend. Soms zijn er mooie uitzichten over de Maas vanaf het terras waarop de weg ligt. Een prettige weg om te fietsen: weinig bedrijfsterreinen en veel dorpen. Kastelen, kerken en andere oudere gebouwen hebben veel te lijden gehad van de oorlog, toen hier eind 1944/begin 1945 het front lag. Ze zijn verwoest of beschadigd en meestal daarna weer opgebouwd of gerestaureerd. Vrijwel alle ouds dat je ziet is dus van vrij recente datum.

Afbeelding met buiten, gebouw, weg, lucht

Automatisch gegenereerde beschrijving
Nijmegen

De weg begon bij de Nijmeegse Molenpoort aan het eind van de Molenstraat. De poort is in 1877 gesloopt. Dan maakte hij een bocht door de fortificaties; die bocht is er nog voor je op de Sint Annastraat bent. Tot aan de spoorweg is die straat een mooie uitvalsweg met laat 19de-eeuwse woningen. Daarna wordt het wat rommeliger; wel staan er nog mooie villa’s. Ongeveer waar het gehucht Sint Anna lag, staat rechts nog de molen. Ter hoogte van het ziekenhuis worden de woningen steeds comfortabeler en meer vroeg 20ste-eeuws.

Afbeelding met boom, buiten, gebouw, lucht

Automatisch gegenereerde beschrijving
Molenaarswoning Molenhoek

De straat is lang maar aan het eind van de bebouwing is er nog een klein stukje groen tot je Malden in gaat. De woningen langs de weg hier zijn er waarschijnlijk ook door Nijmeegse forensen neergezet. Van het oude dorp Malden is niets meer te zien; alles is weggehaald voor het nieuwe winkelcentrum. De kerk die hier stond, is in 1960 gesloopt. Ook de straatweg heeft vooral nieuwbouw, van alles door elkaar. Als van rechts de afrit van de snelweg op de straatweg is gekomen, is de weg een stuk drukker. In Molenhoek stond de molen op de hoek van de Molenstraat, maar die is in 1924 afgebrand. De molenaarswoning uit rond 1800 staat er nog wel. Opmerkelijk is dat de ene kant van de straat hier in Gelderland ligt en de andere in Limburg. De Gelderse molenaar leverde hier graan aan de Limburgse bakker aan de overkant.[2] Andere interessante gebouwen liggen iets verder af van de weg en zijn daarom niet zichtbaar.

Plasmolen

Molenhoek gaat naadloos over in Mook. Het oude dorp met de kerk ligt tussen de weg en de rivier. Van het oude dorp is niet veel over en de kerk is niet heel bijzonder, maar het uitzicht over de rivier is mooi. Vanaf Mook loopt de weg dan langs de voet van de heuvels naar Plasmolen. Aan de oostelijke kant van de weg gaat het meteen behoorlijk omhoog; niet alledaags in Nederland. Plasmolen is een grote recreatiekermis rond de aangelegde meren. Als je even de weg afgaat kan je langs de Sint-Maartensweg de Bovenste Plasmolen uit 1725 bekijken. Vlak voor Milsbeek, dat oostelijk naast de weg ligt, houden bos en heuvels op. Aan het eind van het dorp liggen zowaar wat bedrijfsterreinen. Na de afslag van de om Gennep heen gelegde provinciale weg kom je langs een kort open stuk in het stadje aan langs een dorps aandoende invalsweg.

Afbeelding met gebouw, lucht, boom

Automatisch gegenereerde beschrijving
Gennep

Gennep is een leuk oud stadje, dat tot 1815 nooit tot Nederland heeft behoord, omdat het Kleefs was. Naast een raadhuis uit de 17de eeuw heeft het daarom wel een protestantse kerk uit rond 1660; uniek voor het katholieke Limburg. De katholieke kerk is in de oorlog verwoest en vervangen door nieuwbouw; alleen de toren is opgebouwd.

Gennep ga je uit langs een aardige uitvalsweg met vroeg 20ste-eeuwse huizen. Verderop na de onderdoorgang met de omgelegde rijksweg kom je langs bedrijfsterreinen, de laatste voor Venlo. Het dorp Heijen sluit hier meteen op aan. Het dorp zelf is niet bijzonder – de kerk is in de oorlog verwoest en vervangen -, maar het kasteel – dat particulier bewoond wordt – wel. Het ligt even van de weg af. Heijen uitrijdend zie je rechts een van de haltes – eigenlijk goederenoverslagpunten – van de tramlijn Nijmegen-Venlo; ook particulier bewoond. Dan passeer je bij De Grens de oude grens tussen Kleef en Gelderland en kom je weer op de provinciale weg. Verderop staat een oude korenmolen langs de weg, die hier overigens pas sinds 1950 staat.

Afbeelding met boom, buiten, hek, giraf

Automatisch gegenereerde beschrijving
Straatweg bij Well

In Afferden mag je door de Dorpsstraat door het oude dorp, waar niet heel veel is te beleven. Afferden had net als Heijen een kasteel, maar dat ligt een eind buiten het dorp. Ook hier is de kerk na de oorlog herbouwd; de toren is middeleeuws. Tussen Afferden en Well is er langs de weg niet heel veel te zien, maar het is wel prettig fietsen. Het gehucht Heukelom ligt westelijk langs de weg, net als de kapel, die vanaf de weg nauwelijks zichtbaar is. Vlak voor Nieuw-Bergen ligt er rechts van de weg nog zo’n tramhalte, nu in gebruik als curiosa-shop, met toelichting. Voor Well passeer je de brug over het Leukermeer.

Afbeelding met boom, buiten, gebouw, lucht

Automatisch gegenereerde beschrijving
Kasteel Well

In Well is het kasteel zeker een bezoekje waard. Het is niet te bezichtigen, maar je kunt wel in de tuin rondom lopen. Na Well passeer je Knikkerdorp en de Grote Waaij uit 1662, een van de weinige panden die bij de aanleg van de weg daar ook al langs stonden[3]. Toen was het een brouwerij, nu horeca. Tot Arcen volgt een lang glooiend stuk onder bomen of door het bos met af en toe een kijkje op de Maas. Je passeert nog Wellerlooi dat rond 1840 nog De Looij heette.

Afbeelding met gebouw, buiten, lucht, boom

Automatisch gegenereerde beschrijving
Raadhuis Arcen
Kasteel Arcen

Vlak voor Arcen sla je van de provinciale weg af en passeer de weg naar het veer naar de Hertog Jan brouwerij en Broekhuizen. Sinds de aanleg van de kasteeltuinen is Arcen een toeristische trekpleister geworden en dat is te merken. Het dorp heeft een sfeervol plein bij het raadhuis, dat ‘s zomers erg druk is. Het raadhuis van Kropholler uit 1950 is heel opmerkelijk. Arcen had ooit een omwalling en een versterking; resten daarvan zijn nog aan de zuidkant van het dorp te zien, bij een prachtig plekje aan de rivier. Een bezoekje aan het kasteel is prijzig, maar dan ben je ook een dag onder de pannen.

Afbeelding met gebouw, buiten, lucht, baksteen

Automatisch gegenereerde beschrijving
Wijmarse watermolen

Net ten zuiden van het dorp staat aan de straatweg de fraaie Wijmarse watermolen uit de 17de eeuw. Het informatiebord meldt dat er ooit nog een molen was uit de 15de eeuw, maar dat die onder de aanleg van de straatweg omstreeks 1840 is verdwenen.

Via de lommerrijke Schans kom je weer op de kaarsrechte straatweg, die nu weer een stuk drukker is. Je passeert Lomm, waar je even naar de kerk op het stille plein kunt kijken. Nog verder van de weg ligt het versterkte huis De Spijker. Het volgende dorp Velden ligt wel aan de weg; de kerk hier is van 1939; hij is in de oorlog zwaar beschadigd en daarna weer opgebouwd. Veel meer is er in Velden niet. Tot Venlo wisselen kassen, mais en plukjes bos elkaar af.

Tekstvak: Foto: Kungfuman
Geldersepoort Venlo
foto: Kungfuman

Na het passeren van de snelweg verdubbelt het aantal rijbanen en passeer je nog bedrijfsterreinen. Dan gaat de Veldenseweg de woonwijk uit de naoorlogse periode in. Op de rotonde voor de enorme kerk sluit de straatweg aan op de straatweg uit Wesel en Gelder, die Napoleon al  had laten aanleggen. We rijden hier dus op de Route Imperiale nr.3 naar Parijs. De Straelseweg is een aardige uitvalsweg van voor de oorlog. Aan het eind staan op de hoek een paar fraaie Jugendstilpanden uit rond 1900. Vanaf dit punt maakte de straatweg een bocht door de fortificaties van de stad over wat nu het Mgr. Nolensplein is en kwam dan aan bij de Geldersepoort in de nu gelijknamige straat. De poort is samen met de citadel van Venlo in 1868 gesloopt.

Venlo-Ittervoort                                                                                           34,5 km

Aanleg weg:                 1827

Een afwisselende, op grote delen kaarsrechte, straatweg, die op grote stukken van zijn Napoleontische herkomst blijk geeft. Om het leuk te maken moet je wel regelmatig even van de weg af, want die is als een 19de-eeuwse snelweg om de dorpen heen geleid.

Situatie 1849

De weg startte bij de Maaspoort, die afgebroken is toen de vestingwerken van Venlo werden geslecht in 1867[4]. Er was toen een pontveer en aan de overkant lag Fort Sint Michiel. Later is er een haven gegraven, zodat de plek niet meer bestaat. Je kunt de stad nu verlaten via het fietspad langs de spoorbrug en dan het fietspad langs het tracé van de Garnizoenweg om via de Sint-Willibrordstraat op de Antoniuslaan uit te komen. Je kunt echter ook het fietspad aan de zuidkant van de Eindhovenseweg nemen en dan linksaf de Antoniuslaan opgaan. Het heeft niet zoveel zin om aan de westelijke oever nog naar de landingsplaats van het veer te zoeken, omdat er ook hier geen sporen meer van zijn. Alleen de straatnaam De Staaiweg in Blerick herinnert nog aan de naam van het veer. Vanaf het fietspad langs de spoorbrug kan je wel de resten van de gesloten Frederik Hendrikkazerne zien liggen. De gemeente Venlo is bezig om de muurresten van het voormalige Fort Sint Michiel bloot te leggen. Het geheel moet onderdeel gaan worden van het plan Fort van Venlo met een Leisure Dome en een Authentic Food and Handmade Market.

Voormalig raadhuis Blerick

De Antoniuslaan in Blerick is een aardige straat met wat vroeg 20ste-eeuwse panden. Op het Antoniusplein staat het raadhuis uit 1865. De gemeente Maasbree, waartoe Blerick vroeger behoorde, had 3 raadhuizen in 3 verschillende dorpen. Tot aan 1904 werd om de vijf jaar van raadhuis gewisseld. Links bereik je via de Helling de Maas; hier was vroeger ook een veer; het restaurant op de hoek is gevestigd in een veerhuis uit 1705. Hier stond al een herberg in de 17de eeuw. De Pontanusstraat is de oude hoofdstraat van Blerick, maar is nu wat rommelig. De Baarlosestraat is een typische straat in het zuiden van Nederland. Na de passage van de autosnelweg staan de eerste langgevelboerderijen langs de weg.

Napoleonsbaan bij Baarlo

Zoals gezegd volgt de weg niet het oude tracé van de Romeinse weg. Die weg was wel de aanleiding tot de bouw van een reeks van kastelen, die nu soms wel en niet aan de straatweg liggen. Rondom Baarlo liggen er diverse: de Berkt ten noorden van het dorp, d’Erp in het dorp en De Raay aan de straatweg.

Hoeve bij Kessel

Na Baarlo is er een lang stuk straatweg met afwisselend bebouwing en aardige views in westelijke richting op de heuvels en in oostelijke richting op het Maasdal. Vlak voor Kessel ligt er rechts een grote hoeve, waar op de Kuyperskaart de Molenhof staat aangegeven. De boerderij heeft het jaartal 1818 in de ankers. Als dat juist is, is die boerderij tot stand gekomen bij de aanleg van de straatweg.

Straatweg bij Kessel

Bij Kessel aangekomen is het leuk om het dorp in te rijden en de ruïne van het kasteel, het oude dorp en het zicht op de Maas te bekijken. Weer op de straatweg kom je door een bosrijker gebied. Je passeert de sluis in het Afwateringskanaal, dat tussen 1854 en 1861 is aangelegd op de plaats van de ‘Gekke Graaf’, een kaarsrechte gracht tussen Kessel en Meijel, die in 1657 werd gegraven om een eind te maken aan de eindeloze grensgeschillen tussen het hertogdom Gelre en het prinsbisdom Luik[5]. De sluiswachterswoning is nu een woonhuis.

De straatweg doet ook de kern van het dorp Neer niet aan. In dit dorp ligt een oude watermolen en een bekende brouwerij. Het kasteel van Nunhem is in 1947 afgebrand; het is wel in 1999 herbouwd. Meer bijzonder is de oude 14de -eeuwse toren van de Sint-Servatiuskerk aan de Kerkstraat even de weg af. Na een enorm zadenbedrijf te zijn gepasseerd ligt ook Haelen rechts van de weg. Voor het kasteel ga je hier de Kasteellaan op: een fraai complex met een mooie wit gepleisterde voorhof. Aan de tuinen moet nog wel wat gebeuren.

Ter hoogte van Horn is er de – nu afgesloten – driesprong met de oude Rijksweg naar Roermond, die al voor 1848 is aangelegd om die stad op de rijksstraatwegen aan te sluiten. Het pand op de hoek staat op de plek van een vroeger tolhuis; is het dat ook geweest?

Grenspaal nr. 136 bij Ittervoort
Voormalig tramhuis in Ittervoort

Na de N280 te zijn gepasseerd wordt de weg veel drukker, maar ook weer bosrijker. Het is nu een flink stuk tot aan de A2; daarna vind je aan de rechterkant het eerste echte bedrijfsterrein aan deze straatweg voor je langs Ittervoort komt. Daar is de kerk niet zo bijzonder. Het oude tramhuis van de tram van Roermond naar Ittervoort is nog wel te zien. Na een lange bocht kom je aan de grens. De grenskantoren staan er nog wel, maar behalve een korte onderbreking van het fietspad is er verder niets bijzonders.

Smeermaas-Maastricht                                                                                           4 km

Aanleg weg:                 1813

Grenspaal nr. 102 bij Smeermaas
Grenspaal nr. 103 bij Smeermaas

De straatweg komt vanuit Maaseik Nederland weer binnen bij Smeermaas, waar twee grenspalen langs de weg staan. Het is een strakke, rechte weg over de heuvels, die eerst nog buiten de bebouwde kom loopt. Hier en daar staan nog wat oudere panden langs de weg. Binnen de bebouwde kom is de bebouwing van alle tijden door elkaar. Vanaf het punt waar de weg uit Hasselt uitkwam op deze straatweg liep de weg in een bocht naar de wallen en versterking van Maastricht toe. Dit tracé is nog te volgen in de Antoon van Eelenstraat. Verderop liep de straatweg door de versterking van Maastricht heen; hier zijn later de Sint-Annalaan en het Koningin Emmaplein met de enorm grote Lambertuskerk aangelegd.

Maastricht

De weg eindigde bij de Brusselsepoort, die samen met de versterkingen van Maastricht in 1867-1868 is afgebroken.

Maastricht-Withuis                                                            10,5 km

Aanleg weg:                 1829

Maastricht

Het laatste deel van de straatweg begon bij de Aker- of Duitsepoort aan het einde van de Hoogbrugstraat in Maastricht. De poort is in 1867-1868 gesloopt samen met de vestigingswerken. De straatweg liep daar doorheen en bereikte achter het spoor de huidige Heerderweg. Nu kun je beter een ommetje maken van de Akerstraat over de Duitsepoort, omdat je bij de tunnel onder het spoor niet rechtsaf kan slaan naar de Heerderweg. De Heerderweg is een stille uitvalsweg met aan de oostkant nog voornamelijk oudere lage bebouwing en aan de westkant meer nieuwbouw. Aan het eind verdwijnt de straatweg onder de nieuwe autotunnel en het Europaplein en moet je omrijden om op de Akersteenweg te komen. Die is erg breed en er is niet veel bijzonders te zien.

Torenmolen Gronsveld

Rechtsaf de Dorpsstraat van Heer in kom je in een typisch Limburgs straatdorp. Veel oude of aantrekkelijke huizen staan er echter niet meer. De kerk is een beetje te veel 1900. De Rijksweg Heer uit is een lange uitvalsweg met voornamelijk nieuwbouw. Van de weg af kan je helaas niets zien van het landgoed Eyll. Verderop staat de bijzondere torenmolen van Gronsveld.

Woonhuizen Gronsveld
Gronsveld

Gronsveld is na de aanleg van de straatweg tot een straatdorp uitgegroeid met veel oude en bijzondere panden. Dat begint al bij de vakwerkhuizen op nummer 2 en 4 en gaat bijna de hele straat door. De kerk is fraai, vooral de kalkzandstenen toren. Vanaf het Kerkplein heb je ook het meeste zicht op het kasteel. Heel mooi zijn de woonhuizen met hun hoge staldeuren tegenover het kasteel en verderop bij nummer 89, 91 en 93. Gronsveld gaat bijna naadloos over in Rijckholt, dat iets minder mooi is.

Kasteel Rijckholt

Van de weg af ligt het kasteel Rijckholt, dat de moeite van het bekijken is. In nummer 195 van de Rijksweg was vroeger het tolhuis gevestigd; het volgende zijstraatje heet Achter het Tolhuis. Na het passeren van de snelweg kom je op een recht stuk straatweg, dat minder interessant is. Bij de kruispunten staan nog wat oudere panden, maar voor het overige kijk je uit op de witte schimmel van Eijsden. Langs de weg liggen ook de zeven korte zijstraten van Mariadorp. De woningen werden in de Eerste Wereldoorlog gebouwd voor de arbeiders van de Zinkwitfabriek.

Withuis

Na nog een passage van de snelweg kom je aan in Withuis. Dit komt op de eerste Nederlandse topografische kaarten nog niet voor. Op de kaart van Ferraris (1777) komt een ‘Maison Blanche’ voor, met als opmerkelijke toevoeging ‘cabaret’. In nummer 2 schijnen nog onderdelen van de oorspronkelijke hoeve aanwezig te zijn. De combinatie van de nummers 8 tot 14 zou ook op de Witte Hoeve terug gaan. Misschien is die dus verplaatst. De andere witte huizen dateren eveneens van rond 1800. Ook aan de andere kant van de grens heet het nog Withuis. De grenspalen staan niet langs de weg, maar onder de poort door lopend van het eerste Belgische huis vind je er een in een weiland.

Grenspaal nr. 37 bij Withuis

[1] Bron: H.D.J. van Schevichaven, Tweede vervolg der Kroniek van Nijmegen tot en met den jare 1900, digitale bewerking Henk Kersten 2004.

[2] Bron: A. G. Schulte, Het Rijk van Nijmegen. Westelijk Gedeelte (1982), op www.dbnl.nl. Hier is ook een afbeelding van het kadastraal minuutplan uit 1820 te vinden, nog zonder straatweg.

[3] Op het minuutplan is te zien dat de straatweg zodanig is aangelegd dat de brouwerij aan de weg kwam te liggen. De oude doorgaande weg lag iets hoger naar het noorden.

[4] Op www.cultuurhistorie.venlo.nl is een kaart van de vestingwerken van Venlo in 1840-1842 te vinden met de positie van de stadspoorten. Zie ook de rivierkaart uit 1849 (Bron: www.heuijerjans.net).

[5] Bron:www.cultureelerfgoed.nl.